fasen van directe instructieBij de terugblik haal je de voorkennis op, je geeft een samenvatting van de voorgaande stof. Indien nodig leg je de stof nogmaals kort en bondig uit. Hiermee laat je de kinderen 'warmlopen' en bevorder je het 'opdiepen' van de bestaande kennis
2. Presentatie nieuwe stof
a: Oriƫntatie, Het onderwerp van de les komt aan de orde. Het 'hoe' en 'waarom'; het belang van de leerstof. De leerlingen krijgen een lesoverzicht en de leerdoelen komen aan bod.
b: Uitleg, Je geeft vervolgens een klassikale uitleg over de nieuwe stof. Dit gebeurt in kleine stappen, in heldere taal en met concrete voorbeelden. Tijdens de uitleg controleert de leerkracht of de kinderen de instructie begrijpen door vragen te stellen. Aan het eind van de uitleg geeft de leerkracht een samenvatting.
3. Begeleide inoefening
Laat leerlingen onder begeleiding oefenen. Geef korte en duidelijke opdrachten. Hierbij neemt de leiding van de leerkracht steeds meer en meer af. De leerling neemt de verantwoordelijkheid langzamerhand over van de leerkracht. De leerkracht helpt de leerlingen, laat hen uitleggen hoe ze op het antwoord zijn gekomen en geeft corrigerende feedback. De leerkracht stimuleert de leerlingen om zelf oplossingen te zoeken.
4. Zelfstandige verwerkingIn deze fase is onmiddellijke direct feedback van de leerkracht niet meer vanzelfsprekend. De kinderen verwerken de leerstof nu in eerste instantie zelfstandig. Met de zwakste leerlingen, die echt niet zelfstandig veder kunnen vormt de leerkracht eventueel een instructiegroepje voor extra hulp.
5. Periodieke terugblik
De leerkracht neemt de behandelde stof nog eens door en geeft een eerste indruk van de stof die de volgende keer aan bod komt. Een vooruitblik op de les die komen gaat bereidt de kinderen er al enigszinds op voor. Systematisch geplande terugblikken bevorderen bovendien het onthouden.
Evaluatie
Iedere les eindigt met een evaluatie. De leerkracht bespreekt met de groep de resultaten. Ook vind er een reflectie plaats op het leerproces en op het al dan niet bereikte hebben van het leerdoel. In deze fase past ook af en toe een toets.
Visuele ondersteuning
Het gebruik van afbeeldingen, filmpjes en ander beeldend materiaal bevorderd de betrokkenheid. Een digitaal schoolbord kan hierbij goed van pas komen, hiermee kan je ter plekke dingen met de klas opzoeken. Beeldend materiaal kan ook je uitleg verduidelijken en/of aanvullen. Door gebruik te maken van een uitleg met zowel visuele en auditieve ondersteuning kom je ten goede aan de verschillende leerstijlen van kinderen.
Verlengde instructie
Natuurlijk is het niet altijd zo dat iedereen nog naar altijd dezelfde vragen of dezelfde uitgebreide instructie moet luisteren. Na een instructie kan het best zijn dan een aantal leerlingen de stof begrijpt en al aan de slag kan met de opdracht. Anderen geef je daarna nog een uitgebreidere instructie. Vaak zijn er verschillen in je groep waar je rekening mee moet houden. Naast een instructie aan je hele groep is er meer nodig om ervoor de zorgen dat alle kinderen met de leerstof aan de slag kunnen. Sommige kinderen hebben extra instructie nodig, deze kun je voor of na de groepsinstructie geven. Te onderscheiden zijn:
a. pre-teaching
b. reteacing
Pre-teaching vindt plaats voor de groepsinstructie, je neemt de moeilijke begrippen die aan de orde komen vast door zodat de leerlingen hier al bekend mee zijn. De leerlingen zullen hierdoor zekerder aan de les beginnen.
Reteaching vindt plaats na de groepsinstructie, hierbij herhaal je de handeling op een simpelere manier. Ook gebruik je (meer) voorbeelden om de uitleg te ondersteunen. In stappen lossen de kinderen het probleem op, zo wordt voor de leerkracht inzichtelijk waar het probleem zit.
Bron: Vakbekwaam onderwijzen, Brigitte Bongaards & Joop Sas

Dag Lisa,
BeantwoordenVerwijderenProbeer ook direct de relatie met de praktijk te leggen. Dit kun je doen door naar je eigen handelen te kijken. Pas je het DI-model al toe in je klas? Gebruik je ook visuele ondersteuning? Maak je ook gebruik van pre-teaching en reteaching?