donderdag 22 april 2010

Feedback Mentoren

Mentor Groep 1 t/m 4:
Je legt op een leuke manier contact met kinderen. Je houding laat je al een positieve houding zien. Je staat 'open' dat betekent dat je gezichtsuitdrukking vriendelijk is naar het kind, je gaat op het niveau van het kind staan(er naast zitten of door je hurken, zodat je oog in oog staat met het kind) en je houding is open (geen armen of benen over elkaar, maar rechtop, beide benen op de grond (wat ook zelfvertrouwen uitstraalt) en daarbij kijk je het kind aan). Je vragen naar het kind zijn open en je laat oprechte intresse blijken(je vraagt door en vult aan met persoonlijke ervaringen en ideeen). Je toon is 'zacht', je praat rustig, vriendelijk, varieert in je stem (in een groep gebruik je een ander volume dan in een gesprek 1 op 1). Je geeft kinderen complimenten wanneer ze iets gemaakt hebben of gedaan. Het compliment zou je kunnen verrijken door toe te voegen wat je precies waardeert (dus niet alleen wat mooi, maar daar aan toevoegen bijvoorbeeld door een vraag te stellen in de trant van 'Hoe heb je dit zo mooi gemaakt?' Door dit namelijk te doen krijgt het compliment meer betekenis voor het kind en zal het dit beter onthouden en meenemen (met name voor kinderen met faalangst en een zwak zelfbeeld)

Mentor Groep 7:
Je staat vriendelijk tegenover de groep. Je bent geintresseerd en maakt makkelijk contact. Wanneer kinderen je een vraag stellen kun jij snel een antwoord geven en weet je ook waarom je dat antwoord geeft. Je praat duidelijk en formuleert goede zinnen. Je praat op een fijn tempo en je volume is prettig om naar te luisteren. Je bent bezig met het oefenen van nadruk leggen op belangrijke stukken van een zin tijdens de instructie. Soms klinkt je stem wat gespannen. Probeer te blijven admen met de buikademhaling, deze ademhaling is het beste voor je stem.

Je non-verbale communicatie klun je nog meer uitbouwen. Onbewust doe je al een hoop met je gezicht. Dit gebeurt vooral wanneer je 'gewoon' contact hebt. Wanneer je voor de klas staat is je emotie vaak zeer vlak/gespannen. Je gezicht zegt daardoor iets anders dan je werkelijk zegt. Wanneer een les goed en leuk verloopt is je gezicht meer ontspannen en durf je meer emotie te tonen.

woensdag 21 april 2010

Duidelijke uitleg

Wat maakt een uitleg duidelijk? Uit het gesprek wat ik gevoerd heb met leerlingen uit mijn klas kwam naar voren dat ze in mijn klas behoefte hebben aan een 'duidelijke' uitleg. Met alleen het begrip duidelijk kan ik niets verbeten aan mijn onderwijs, daarom ben ik opzoek gegaan naar verschillende factoren die een uitleg duidelijk maken.

DI- Model
fasen van directe instructie
1. Terugblik

Bij de terugblik haal je de voorkennis op, je geeft een samenvatting van de voorgaande stof. Indien nodig leg je de stof nogmaals kort en bondig uit. Hiermee laat je de kinderen 'warmlopen' en bevorder je het 'opdiepen' van de bestaande kennis

2. Presentatie nieuwe stof

a: Oriëntatie, Het onderwerp van de les komt aan de orde. Het 'hoe' en 'waarom'; het belang van de leerstof. De leerlingen krijgen een lesoverzicht en de leerdoelen komen aan bod.

b: Uitleg, Je geeft vervolgens een klassikale uitleg over de nieuwe stof. Dit gebeurt in kleine stappen, in heldere taal en met concrete voorbeelden. Tijdens de uitleg controleert de leerkracht of de kinderen de instructie begrijpen door vragen te stellen. Aan het eind van de uitleg geeft de leerkracht een samenvatting.

3. Begeleide inoefening

Laat leerlingen onder begeleiding oefenen. Geef korte en duidelijke opdrachten. Hierbij neemt de leiding van de leerkracht steeds meer en meer af. De leerling neemt de verantwoordelijkheid langzamerhand over van de leerkracht. De leerkracht helpt de leerlingen, laat hen uitleggen hoe ze op het antwoord zijn gekomen en geeft corrigerende feedback. De leerkracht stimuleert de leerlingen om zelf oplossingen te zoeken.

4. Zelfstandige verwerking

In deze fase is onmiddellijke direct feedback van de leerkracht niet meer vanzelfsprekend. De kinderen verwerken de leerstof nu in eerste instantie zelfstandig. Met de zwakste leerlingen, die echt niet zelfstandig veder kunnen vormt de leerkracht eventueel een instructiegroepje voor extra hulp.

5. Periodieke terugblik

De leerkracht neemt de behandelde stof nog eens door en geeft een eerste indruk van de stof die de volgende keer aan bod komt. Een vooruitblik op de les die komen gaat bereidt de kinderen er al enigszinds op voor. Systematisch geplande terugblikken bevorderen bovendien het onthouden.

Evaluatie

Iedere les eindigt met een evaluatie. De leerkracht bespreekt met de groep de resultaten. Ook vind er een reflectie plaats op het leerproces en op het al dan niet bereikte hebben van het leerdoel. In deze fase past ook af en toe een toets.


Visuele ondersteuning
Het gebruik van afbeeldingen, filmpjes en ander beeldend materiaal bevorderd de betrokkenheid. Een digitaal schoolbord kan hierbij goed van pas komen, hiermee kan je ter plekke dingen met de klas opzoeken. Beeldend materiaal kan ook je uitleg verduidelijken en/of aanvullen. Door gebruik te maken van een uitleg met zowel visuele en auditieve ondersteuning kom je ten goede aan de verschillende leerstijlen van kinderen.


Verlengde instructie
Natuurlijk is het niet altijd zo dat iedereen nog naar altijd dezelfde vragen of dezelfde uitgebreide instructie moet luisteren. Na een instructie kan het best zijn dan een aantal leerlingen de stof begrijpt en al aan de slag kan met de opdracht. Anderen geef je daarna nog een uitgebreidere instructie. Vaak zijn er verschillen in je groep waar je rekening mee moet houden. Naast een instructie aan je hele groep is er meer nodig om ervoor de zorgen dat alle kinderen met de leerstof aan de slag kunnen. Sommige kinderen hebben extra instructie nodig, deze kun je voor of na de groepsinstructie geven. Te onderscheiden zijn:
a. pre-teaching
b. reteacing
Pre-teaching vindt plaats voor de groepsinstructie, je neemt de moeilijke begrippen die aan de orde komen vast door zodat de leerlingen hier al bekend mee zijn. De leerlingen zullen hierdoor zekerder aan de les beginnen.
Reteaching vindt plaats na de groepsinstructie, hierbij herhaal je de handeling op een simpelere manier. Ook gebruik je (meer) voorbeelden om de uitleg te ondersteunen. In stappen lossen de kinderen het probleem op, zo wordt voor de leerkracht inzichtelijk waar het probleem zit.

Bron: Vakbekwaam onderwijzen, Brigitte Bongaards & Joop Sas

woensdag 14 april 2010

4 Invalshoeken


De meest voor de hand liggende functie van communicatie is het overdragen van informatie. In de klas is inhoud van de communicatie vreselijk belangrijk, de leerkracht moet de vakkennis/boodschap overbrengen naar de leerlingen. Een leerkracht die de indruk geeft dat hij zijn vak beheerst, kan meer aanspraak maken op inzet en ontzag. Met inhoud alleen kan je niet effectief communiceren, naast inhoud speelt relatie ook een grote rol. De achtergrond en motivatie van de leerkracht beïnvloed in grote maten de interesse en de motivatie van de klas. Het bepaalt de manier waarop ze hem als leerkracht beleven en het heeft effect op hun betrokkenheid. Wat je doet en hoe je overkomt als persoon hangt sterk samen. We kunnen niks bespreken zonder ook signalen uit te zenden over hoe we elkaar zien. De relatie tot de andere beïnvloed onze interesse en geloof in wat de ander zegt. Hoe leerlingen tegen hun leerkracht aan kijken blijkt belangrijk te zijn voor hun presentatie en motivatie. Een leerkracht die monotoon vertelt, weet de klas niet te boeien. De kans is dan groot dat de leerlingen dan geen interesse tonen in de stof... Persoonlijkheid is voor een leerkracht dus ook erg belangrijk in het lesgeven.

Bron: H. van den Broeck - Opvoeden in de klas

Gelaatsexpressies

Vanuit mijn SCP-gesprek en uit feedback die ik gekregen heb van mijn mentor, kwam naar voren dat ik moet gaan werken aan mijn mimiek. Mijn gelaatsexpressie moet beter overeen gaan komen met wat ik zeg. Een voorbeeld hierbij van is, als een leerling vervelend is en ik een ik-boodschap geef moet mijn mimiek de lading van die ik-boodschap overbrengen, oftewel ik moet streng leren kijken. Om dit te gaan oefenen moet ik hier bewuster van gaan worden en dit bewust toepassen in mijn lesgeven, maar hoe?

Uit onderzoek blijkt dat er zes basale gezichtsexpressies bestaan die een uitdrukking zijn van de emoties; woede, angst, afkeer, blijdschap, verdriet en verassing. Waarom er op de afbeelding hiernaast dan zeven uitdrukkingen te zien zijn is mij ook niet duidelijk.. Voor mij zal de expressie afkeur het meeste van toepassing zijn, een duidelijke afkeurende blik moet leerlingen bewust kunnen maken dat ze niet juist bezig zijn. Het blijkt namelijk dat een bewust uitgevoerde gelaatsexpressie het daaraan gekoppelde gevoel kan oproepen. Dan ga ik maar aan de gang met mijn gelaatsspieren..
Spiegel ik kom eraan!